Veilig leren lezen

 

Didactiek technisch lezen en spellen


De vernieuwde didactiek voor technisch lezen en spellen in Veilig leren lezen kenmerkt zich onder andere door een gestructureerde opbouw van het letteraanbod. Leerlingen verkennen letters vanuit verschillende invalshoeken: luisteren, kijken, schrijven, voelen en ordenen. De nieuwe letters oefenen ze systematisch bij het lezen en spellen in een context van bekende letters. Zo kunnen ze aandacht schenken aan álle eigenschappen van de woorden.


Sterke verbinding tekens en klanken

Het systematisch oefenen met de letters zorgt voor sterke verbindingen tussen tekens en klanken. De leerlingen gaan vervolgens nieuwe woorden maken met bekende letters. Ze zien overeenkomsten tussen woorden en krijgen zo inzicht in de structuur van woorden. Dit inzicht kunnen ze weer inzetten bij het lezen van nieuwe woorden zonder overeenkomsten. Dankzij de systematische opbouw komen je leerlingen sneller tot het vlot lezen van woorden, zinnetjes en korte teksten.


Focus op kwalitatief sterke teken-klankkoppelingen

Om correct en vlot te kunnen lezen, is een sterke verbinding tussen letters en klanken cruciaal. In de nieuwe Veilig leren lezen schenken we daarom bijzondere aandacht aan het systematisch en expliciet inslijpen van teken-klankkoppelingen.


Telkens één nieuwe letter

Het inslijpen van teken-klankkoppelingen doen we onder meer door telkens maar één nieuwe letter in het leerproces van je leerlingen te introduceren. De klank van het structureerwoord is hierbij het startpunt. Elk nieuw structureerwoord bevat één nieuwe klank/letter. De rest van het woord bestaat uit klanken en letters die al bekend zijn bij de leerlingen.

kern Start:

ik - kim - sim

kern 1:

kipaap – raak – rem - vis

kern 2:

maan – pet – meet – been - boot

kern 3:

doos – doek – zee – ijs - haar

kern 4:

wip – zon – zak – bus - jas

kern 5:

jeuk – ziek – lijm – hout - vuur

kern 6:

mug – saus – muis – duif – geit


Verkennen en ordenen

Bij het aanleren van een nieuwe letter, verkennen de leerlingen de letter vanuit verschillende invalshoeken. Ze gaan eerst naar de klank van de letter luisteren, ze kijken, spellen en schrijven de letter. Ze leren ook de klank van de letter voelen. Daarbij is het doel niet dat je leerlingen weten hoe een klank precies wordt uitgesproken of gearticuleerd, maar wel dat ze op een actieve wijze de koppeling maken tussen de kerneigenschappen van de klank en de letter.

Ten slotte bieden we de leerlingen extra houvast door de letters te ordenen in vier letterfamilies. Dit zorgt ervoor dat leerlingen zich sneller bewust zijn van de verschillende letters en klankeigenschappen. Het geeft hen inzicht in de woordstructuur. Bij het lezen en de spelling van woorden ervaren ze daar veel steun bij.




Oefenen in alle mogelijke lettercombinaties

De leerlingen oefenen de letters in zoveel mogelijk verschillende woorden en combinaties van bekende letters. Hierdoor leren je leerlingen de teken-klankkoppelingen steeds beter in te slijpen.


Woordstructuur leren ontdekken en gebruiken

Door in de structureerwoorden een letter te vervangen of weg te laten, ontstaan weer nieuwe woorden. Dit zijn de ‘zoekwoorden’ in de nieuwe Veilig leren lezen. De structureerwoorden vormen een kapstok om je leerlingen overeenkomsten en verschillen in woorden te laten zien en te leren gebruiken op alle niveaus. Bijvoorbeeld kip - koop; kip - lip; kip - kin. Op die manier krijgen ze inzicht in de 'structuur' van woorden.

Vervolgens bouwen we de oefeningen zo op dat je leerlingen dit inzicht toepassen bij het lezen van nieuwe woorden. We weten immers dat kinderen vlotter nieuwe woorden lezen als ze kennis kunnen inzetten van woorden die hierop lijken. Het inslijpen van ‘dik’ en ‘rit’ helpt bijvoorbeeld bij het lezen van het nieuwe woord ‘dit’. Ook bij spellen kunnen de leerlingen deze kennis inzetten. Zo krijgen je leerlingen een krachtige basis mee voor het automatiseren van lezen en spellen.


Woorden, maar ook zinnen en korte teksten

Het oefenen op woordniveau is cruciaal als startpunt, maar we weten dat het niet automatisch leidt tot vloeiend lezen op zinsniveau. Daarom geven we je leerlingen bij de start voldoende kansen om te oefenen op het lezen van zinnen en korte teksten.


Focus op strategieën als zoemend lezen

In de methode speelt het 'zoemend lezen' een belangrijke rol als strategie om kinderen te helpen eerder een woord in zijn geheel te kunnen lezen in plaats van spellend. Door niet vast te houden aan het hakken en plakken, zetten leerlingen sneller de stap naar het direct lezen van groepen letters die ze al kennen. Het hakken blijft een belangrijke strategie, maar dan in de vorm van auditieve analyse voor het spellen. En dus niet voor het lezen.

Het zoemend lezen houdt in dat een leerling tijdens het lezen van een woord de klanken van het woord aanhoudt én verbindt, bijvoorbeeld in 'vvvisss'. Voor klanken die niet zijn aan te houden, zoals de ‘p’, leren kinderen hun mondstand klaar te zetten. Vooral bij het lezen van woorden met een nieuw geleerde letter of een nieuw woordtype doe je als leerkracht het zoemend lezen voor en oefen je samen met de leerlingen.


Stappenplan voor het spellen

Voor spellen is het werken met een stappenplan een belangrijke strategie. ‘Hakken’ in de vorm van auditieve analyse is een onderdeel van dit stappenplan. We reiken je leerlingen zo handvatten aan om de deelprocessen van luisteren naar een woord tot het controleren van het gespelde woord systematisch onder de knie krijgen. Zodra de strategie geautomatiseerd is, helpt het je leerlingen bij het correct en vlot toepassen van de spellingvaardigheid. Steunkaarten voor specifieke spellingmoeilijkheden bieden hierbij extra houvast.


Duidelijke koppeling tussen lezen en spellen

Het aanleren van de spellingvaardigheid is sterk gekoppeld aan het aanleren van de leesvaardigheid. Spellen biedt immers een sterke ondersteuning voor het lezen. Tijdens het spellen, bij voorkeur gecombineerd met het schrijven, moeten leerlingen in leerjaar 1 elke klank actief omzetten in een letter. Dat bevordert het inslijpen van klank-teken- en teken-klankkoppelingen. Bovendien is het niet zo dat veel lezen zomaar leidt tot goed spellen. Het is dus van belang da je de spellingvaardigheid, verbonden met de leerlijn voor lezen, systematisch met je leerlingen inoefent.