Veilig leren lezen

 

Veilig leren lezen - evaluatie

Staat uw vraag er niet bij? Stel hem dan aan onze klantenservice.

Hoe is de relatie tussen de signaleringen van het Protocol Dyslexie en die van Veilig leren lezen?

De laatste jaren is het steeds duidelijker geworden, dat het voorkomen van leesmoeilijkheden effectiever is dan het remediŽren. Hoe vroeger gesignaleerd wordt dat een leerling risico loopt leesmoeilijkheden te krijgen en hoe eerder op deze signalering adequate actie (interventie) wordt ondernomen, hoe groter de kans op succes is. Het Protocol Dyslexie is gebaseerd op dit inzicht. Vroegtijdige signaleringen zijn gebonden aan de methode die bij het leesonderwijs wordt gebruikt. De auteurs van het Protocol geven dan ook methodegebonden richtlijnen. Dit is onder meer gebeurd bij de eerste maanversie van Veilig leren lezen. Het was voor hen echter niet mogelijk concrete richtlijnen te geven voor de tweede maan-versie van Veilig leren lezen, omdat men indertijd nog niet beschikte over voldoende onderzoeksgegevens. De auteurs van de tweede maanversie van Veilig leren lezen hebben daarom onderzoek gedaan, waardoor het mogelijk is op verantwoorde manier de nodige signaleringen uit te voeren. Deze signaleringen staan beschreven in de kopieermap bij de kernen 3, 6, 8 en 11 en de handleidingen bij de betreffende kernen. De manier waarop de vorderingen van de leerlingen gevolgd (kunnen) worden is zelfs fijnmaziger dan bij het Protocol Dyslexie. Met name de controletaken na elke kern bij Veilig & vlot en de observatietaken op pagina 16 van de eerste vijf leesboekjes geven extra informatie die relevant is voor de hulp die aan risico-kinderen gegeven dient te worden. De actuele normen van dit leerlingvolgsysteem die naar aanleiding van dit onderzoek beschikbaar zijn vindt u op de website. Naar de actuele normen.

 

Volstaat de herfstsignalering als je je aan de regels van het Protocol Leesproblemen en Dyslexie wilt houden? Of zul je de toetsen van het Protocol nog naast de toetsen van Veilig leren lezen nieuw moeten doen?

De herfstsignalering van de nieuwe Veilig leren lezen volstaat inderdaad als u zich aan de regels van het Protocol Leesproblemen en Dyslexie (PLD)wilt houden. U hoeft daarnaast dus niet nog eens de toetsen van het PLD af te nemen. Het PLD kent een bepaalde structuur voor het volgen van de leervorderingen van de leerlingen in het aanvankelijk leesonderwijs. Het leerlingvolgsysteem van de nieuwe Veilig leren lezen past helemaal binnen deze structuur. De volgende toetsmomenten staan hierbij centraal: herfstsignalering (na kern 3), wintersignalering (na kern 6), lentesignalering (na kern 8) en eindsignalering (na kern 11).
Invulling Protocol Leesproblemen en Dyslexie
De invulling van het PLD is methodespecifiek. Dit betekent dat er bepaalde toetsen worden afgenomen bij de eerste maanversie van Veilig leren lezen (versie 1991) en andere toetsen bij andere methodes. Het PLD heeft (nog) geen concrete methodespecifieke invulling voor Veilig leren lezen 2e maanversie. De methode was er namelijk niet toen het PLD werd ontwikkeld. In Veilig leren lezen 2e maanversie zijn echter methodegebonden controletaken opgenomen en die passen binnen de structuur van het PLD.

 

Waarom wordt er in Veilig leren lezen niet meer verwezen naar de Citotoetsen voor spellingvaardigheid en begrijpend lezen?

Dit heeft te maken met het tijdstip van de afname van deze toetsen. De normen van de Cito-toetsen zijn gebonden aan de datum van de ijking. Deze komt vaak niet overeen met het moment dat zij in de kernen aan de orde komen. Bovendien is de spellingtoets van het Cito een zogenaamde normtoets (en dus geen criterium- of beheersingstoets) en bevat de toets items die nog niet beheerst hoeven te worden. Wilt u beide toetsen toch afnemen, dan is daar niets op tegen. Het kan heel zinvol zijn als u ook in leerjaar 1 het leerlingvolgsysteem van het Cito wil volgen. U moet zich dan wel strikt houden aan het juiste afnametijdstip.

 

Sluit de toetsing binnen Veilig leren lezen aan bij de Cito-toetsen?

Het leerlingvolgsysteem van het Cito is grofmazig en bestaat uit zogenaamde normtoetsen die zo geconstrueerd zijn, dat verschillen tussen de leerlingen zo duidelijk mogelijk aan het licht komen. Niet alle items van die toetsen behoeven door alle leerlingen beheerst te worden. Het volgsysteem van Veilig leren lezen is fijnmazig en bestaat voor een deel uit beheersingstoetsen, gebaseerd op de minimumdoelen, en voor een deel uit normtoetsen. In verband met het vroegtijdig signaleren, diagnosticeren en remediŽren, schiet het Cito-leerlingvolgsysteem te kort, omdat het te grofmazig is. Daar komt nog bij dat de normen van het Cito strikt gekoppeld zijn aan het moment van afname. Wat leerjaar 1 betreft, is de keuze van de tijdstippen waarop de Cito-toetsen genormeerd zijn vaak minder gelukkig.

Ook bij de DMT hielden scholen zich vaak niet aan het tijdstip van afname, waardoor een verkeerd beeld ontstond bij de interpretatie. Psychometrisch zijn de toetsen van het Cito van hoge kwaliteit, maar door genoemde omstandigheden zijn zij voor het nauwkeurig volgen van de leerlingen in leerjaar 1 minder geschikt. Een uitzondering wordt gemaakt voor de DMT. Omdat de normen van deze toets door interpolatie aangepast kunnen worden aan het tijdstip van afname, wordt de DMT bij de nieuwe Veilig leren lezen wel gebruikt. U kunt er natuurlijk wel voor kiezen om naast het volgsysteem van Veilig leren lezen ook de toetsen van het Cito af te nemen, maar u moet zich dan wel houden aan het juiste tijdstip, zoals aangegeven door het Cito.

 

Hoe ga je om met normen bij toetsen en controletaken?

Om goed om te kunnen gaan met normen moet men onderscheid maken tussen twee soorten toetsen (controletaken):

1 - Beheersingstoetsen (of doelstellinggebonden toetsen) gaan na of bepaalde doelen al dan niet bereikt zijn. Bij deze toetsen wordt als algemene richtlijn (norm) aangehouden dat minstens 80% van de leerlingen 80% van de items goed moet maken. Als dit niet zo is, behoort de leerkracht zich vragen te stellen omtrent de afstemming (kwaliteit) van zijn onderwijs aan zijn groep kinderen. De controletaken in de werkboekjes van Veilig leren lezen behoren bijna allemaal tot dit type. Met deze toetsen kun je onvoldoende onderscheid maken tussen middelmatige, goede en zeer goede leerlingen. Wel kan men er de zeer zwakke leerlingen mee op het spoor komen.

2 - Vorderingentoetsen (niveau-toetsen) zijn bedoeld om bestaande verschillen in ontwikkeling (vorderingen) bij de leerlingen zo duidelijk mogelijk in kaart te brengen. Dit soort toetsen bevat daarom soms items die nog niet beheerst behoeven te worden of die nog meer tijd vragen dan (uiteindelijk) bij beheersing is toegestaan. Bij leesvaardigheid blijkt tijd een heel belangrijk criterium te zijn om verschillen tussen leerlingen zichtbaar te maken. Vandaar dat bijvoorbeeld controletaken of toetsen voor technisch lezen bij voorkeur normen worden gebruikt die gebaseerd zijn op het aantal goede items die binnen een bepaalde tijd (1 of 1,5 minuut) worden gelezen. Het aantal gemaakte fouten zegt veelal veel minder over de niveauverschillen tussen de leerlingen. Wel is het zo dat dit gegeven bij zwakke leerlingen wel relevant is. De normen bij vorderingentoetsen worden afgeleid van gegevens die worden verzameld bij een onderzoeksgroep. De samenstelling van die onderzoeksgroep kan ver uiteenlopen.

Ideaal is dat de onderzoeksgroep een getrouwe afspiegeling is van alle leerlingen en leerkrachten waarvoor de toets bedoeld is. Er bestaan grote verschillen tussen leerlingen en leerkrachten. Bij de samenstelling van de onderzoeksgroep moet hiermee rekening worden gehouden. Het is heel moeilijk een onderzoeksgroep samen te stellen die een getrouwe afspiegeling is van de gehele groep. Leerkrachten die bereid zijn aan een onderzoek deel te nemen, zullen gemiddeld meer gemotiveerd zijn om goed leesonderwijs te geven dan leerkrachten die daartoe niet bereid zijn. Het ligt voor de hand aan te nemen dat gemotiveerde leerkrachten gemiddeld betere resultaten zullen behalen dan leerkrachten die minder gemotiveerd zijn. Als dat zo is, heeft dat gevolgen voor de normen. Daardoor kan het gebeuren dat de normen die berusten op verschillende onderzoeken aanzienlijk uiteenlopen. Toch zijn dergelijke normen van belang. In de eerste plaats om verschillen binnen je eigen groep zichtbaar te maken. In de tweede plaats kun je een vergelijking maken tussen je eigen groep en de onderzoeksgroep waarop de normen zijn gebaseerd.

 

Hoe kun je de vorderingen van de zonkinderen het beste volgen?

Aan te bevelen is om op de vier signaleringsmomenten (na de kernen 3, 6, 8 en 11) toetsgegevens te verzamelen. In aanmerking komen daarvoor de drie leeskaarten van de DMT. Ook de AVI-toetskaarten zijn geschikt. Bij toepassing van de normen moet men wel rekening houden met het aantal onderwijsweken. Aangepaste normen van de DMT zijn te vinden in de rubriek Evaluatie van de vorderingen -> actuele normen. Wil men na elke kern de voortgang controleren, dan kan men de controletaken in de kopieermap bij Veilig & vlot gebruiken. Ze worden op dezelfde wijze afgenomen als de DMT. Deze taken geven namelijk een goed beeld van de voortgang van het automatiseringsproces. De normen bij de controletaken van Veilig & vlot zijn eveneens in de eerdergenoemde rubriek op deze site te vinden. De Ďechteí zonkinderen zullen op niveau Uitmuntend scoren. Daarnaast kunt u de vorderingen van deze kinderen observeren door regelmatig een stukje tekst voor te laten lezen; daarmee krijgt een zonleerling meteen feed-back (ook pedagogisch). Observatie van het zuiver schrijven kan gebeuren door woorden of een stukje tekst te laten schrijven. Deze woorden of zinnen kunnen ingelast worden in een dictee aan de maangroep, zodat de zonkinderen ook daaraan mee kunnen doen.