Veilig leren lezen

 

Veilig leren lezen - differentiatie

Staat uw vraag er niet bij? Stel hem dan aan onze klantenservice.

Welke normen kun je hanteren om Zon-kinderen terug naar Maan te zetten? Ofwel: Wanneer is een Zon-kind geen Zon-kind meer?

Het terugstromen van een zon-kind naar een maan-kind komt het meeste voor bij kinderen die zijn blijven zitten. Een aantal van die 'betere zittenblijvers' kunnen aanvankelijk gebruik maken van zonmaterialen, maar het tempo waarin de moeilijkheidsgraad van de zonmaterialen stijgt, kunnen ze meestal niet bijhouden. Deze kinderen moeten dan bijtijds terugstromen naar het maanniveau. Wel zijn zij dan vaak in staat nog een tijd gebruik te maken van de raketmaterialen. Maar na verloop van tijd krijgen zij daar meestal ook moeite mee.

Er zijn echter uitzonderingen. De vraag is echter waar een leerkracht op moet letten. Het eerste criterium is de observatie van de leerkracht. Als een leerkracht ziet dat een kind met de zonmaterialen onvoldoende zelfstandig kan werken en niet gemotiveerd bezig kan zijn, dan is aansluiting bij de maangroep aan te bevelen. Op de tweede plaats komen pas de toetsgegevens. Omdat de zonboekjes gekoppeld zijn aan de AVI-niveaus is het zinnig de Avi-toetskaarten te gebruiken om na te gaan of de leerling de aangegeven niveaus behaalt. In het algemeen is het aan te bevelen om bij zonkinderen bij de signaleringen ook de DMT af te nemen.

Bij de wintersignalering is het aan te raden naast kaart 1 van de DMT ook kaart 2 af te nemen en bij de lentesignalering alle drie de kaarten. Als de scores op de DMT in de loop van de maanden niet stijgen is dat een signaal dat het tempo waarin de moeilijkheidsgraad van de zonboekjes stijgt voor de betreffende leerlingen te snel is. Als de leerkracht goed observeert, zal dit in de meeste gevallen al eerder worden opgemerkt.

 

Hoe organiseer ik het vervolgwerk met differentiatiematerialen in de klas?

De mate waarin u differentieert en de wijze waarop dat gebeurt, is afhankelijk van een aantal factoren, zoals: - de mogelijkheden en voorkeuren van het schoolteam; - de mogelijkheden en de voorkeuren van de klasleerkrachten (denk aan duobanen); - de omvang en inrichting van het klaslokaal en het gebouw; - de materiële mogelijkheden en beperkingen (leermiddelen, bijvoorbeeld het aantal computers) ; - en de mogelijkheden en beperkingen van de methode. Als een methode niet voorziet in materialen waarmee de leerlingen zelfstandig en doelgericht kunnen werken, is differentiatie maar in beperkte mate mogelijk. Bij de huidige versie van Veilig leren lezen zijn al zeer vele materialen beschikbaar waarmee kinderen zelfstandig kunnen werken, waaronder de speelleesset en de computerprogramma's.

De nieuwe Veilig leren lezen biedt drie varianten van differentiatie aan, waarbij de nadruk ligt op convergente vormen. De voorkeur gaat uit naar die vorm, waarbij ruimte wordt geschapen voor verlengde instructie en oefening van de risicokinderen en waarbij ook de snelle kinderen door middel van extra materialen worden uitgedaagd. Om dit mogelijk te maken zijn de werkboekjes zo samengesteld, dat kinderen al spoedig 15 tot 20 minuten zelfstandig kunnen werken. Bovendien zijn naast de reeds bestaande materialen nieuwe materialen ontwikkeld, waarmee kinderen zelfstandig kunnen werken. De nieuwe computerprogramma's sluiten nog beter aan bij de diverse kernen dan in het verleden. Kiest een school echter voor een minimale vorm van differentiatie, dan zijn niet alle differentiatiematerialen noodzakelijk. De methode benadrukt het belang van een zorgvuldige klassikale instructie. Dit is immers een belangrijke voorwaarde voor het zelfstandig werken.

Daarnaast worden flexibele groepjes gevormd voor extra instructie en begeleiding. Dit is in overeenstemming met wat onderzoeksresultaten over de effectiviteit van groeperingvormen leren.

 

Waarvoor staan de termen maan, zon, ster en raket?

Deze termen hebben te maken met het differentiatiemodel van Veilig leren lezen. Maan staat voor de kinderen die bij de start van leerjaar 1 nog niet kunnen lezen. Kinderen in deze groep volgen de methode. Met Zon bedoelen we een aanpak die geschikt is voor kinderen die al kunnen lezen bij de start van leerjaar 1. Zij werken zelfstandig op hun eigen niveau met zon-leesboekjes en zon-werkboekjes, die aansluiten bij het thema van de kern.

Ster staat voor een aanpak die u kunt kiezen voor kinderen binnen de maangroep die moeite blijken te hebben met lezen. Deze kinderen krijgen verlengde instructie of preteaching en begeleide inoefening. Eventueel maken zij herhalingsopdrachten of (een deel van de) verdiepingsopdrachten. Verder volgen zij de methode, net als de maangroep. Raket-activiteiten zijn bedoeld voor kinderen binnen de maangroep die zich snel ontwikkelen. Zij krijgen na de verwerking iets uitdagendere vervolgopdrachten, waarbij ze letters kunnen gebruiken die nog niet expliciet zijn aangeboden. Ook zij maken deel uit van de maangroep. Hun snelle ontwikkeling is geen doel op zich.

 

Kun je op basis van toetsgegevens aangeven of een leerling een ster-aanpak nodig heeft?

Alleen op basis van toetsgegevens is dat niet mogelijk. In Veilig leren lezen wordt veel aandacht besteed aan de verlengde instructie; dit om te voorkomen dat risico-kinderen uitvallers worden. Uitvallers zijn die leerlingen die niet meer voldoende kunnen profiteren van de instructie aan de gehele maangroep en de oefeningen die daarop volgen. Een leerkracht stemt zijn klassikale instructie af op het niveau van zijn klas. Dat niveau kan uiteenlopen omdat de grootte van de klas en de samenstelling daarvan varieert. Ook de effectieve leertijd die wordt geïnvesteerd kan uiteenlopen.

Daardoor kan het voorkomen dat een bepaald kind in de ene klas wel een ster-aanpak nodig heeft, maar dat ditzelfde kind in een andere klas (van lager gemiddeld niveau) zonder problemen de instructie van de grote groep kan volgen. De beslissing of een bepaald kind op een bepaald moment een ster-aanpak nodig heeft, dient altijd gerelateerd te zijn aan het niveau van de klas waarvan het kind deel uitmaakt. Daarnaast kunt u als richtlijn aanhouden dat kinderen die minder dan 80% van de controletaken in het werkboekje goed hebben in aanmerking komen voor de ster-aanpak. Wanneer dit echter meer dan 20% van uw leerlingen betreft, dan is dit een signaal om uw klassikale instructie aan te passen.

 

Welke kinderen hebben een raket-aanpak nodig?

Het betreft hier snelle leerlingen die behoefte hebben aan uitdagende oefeningen. Deze kinderen volgen de instructie en de verwerkingsopdrachten van de maangroep en maken daarnaast veelvuldig gebruik van de raketmaterialen. Het is de bedoeling dat deze kinderen daarmee hun tijd op een effectieve manier kunnen gebruiken en dat ze niet worden afgeremd in hun leesontwikkeling. Het is niét de bedoeling dat er een subgroep wordt gevormd van 'raketkinderen'.

 

Wanneer is een leerling een zonleerling?

Het betreft leerlingen die in staat zijn klankzuivere woorden van het type medeklinker-klinker-medeklinker zelfstandig te lezen waarbij in de meeste gevallen deze woorden niet eerst gespeld moeten worden. Dit is een vrij strenge norm, maar als kinderen dit nog niét kunnen, kan men hen beter de instructie van de grote groep laten volgen om te voorkomen dat er hiaten in de leesontwikkeling ontstaan. Snelle kinderen kunnen de tijd die zij over hebben gebruik maken van de raketmaterialen. Na elke kern controleert de leerkracht of kinderen die met de zonmaterialen werken daar goed mee verder kunnen. Is dat niet zo, dan laat men deze kinderen aansluiten bij de grote maangroep en zullen deze met vrucht gebruik kunnen maken van de raketmaterialen. We hebben daar geen aanwijzingen voor opgenomen in de handleidingen; alleen in kern 1 is een toets opgenomen voor het onderscheiden van zonleerlingen.

Onze overweging was dat zonleerlingen de minimumdoelen ruim beheersen en dat leerkrachten alleen moeten toetsen waar het nodig is. Ook wilden wij voorkomen dat we door het stellen van normen of concrete doelen uitvallers binnen de zonlijn zouden creëren, die vervolgens weer extra hulp zouden moeten krijgen.

 

In het computerprogramma van Veilig leren lezen worden drie aanpakken onderscheiden: ster-, maan- en raket-aanpak. Hoe moet je daarmee omgaan?

Als leerlingen zelfstandig oefenen is het gewenst dat de opdrachten niet te moeilijk maar ook niet te gemakkelijk zijn. Daarom is het computerprogramma zo gemaakt dat leerlingen oefeningen krijgen aangeboden die aangepast zijn aan hun niveau. Om dit mogelijk te maken zijn er in het computerprogramma toetsblokken (controletaken) opgenomen. Op basis van de resultaten die leerlingen op deze controletaken (toetsblokken) behalen, krijgen de leerlingen automatisch oefeningen aangeboden die bij hun niveau passen. De resultaten die behaald worden bij het toetsblok in een bepaalde kern zijn bepalend voor het niveau (aanpak) bij de eerst volgende kern. Deze toetsblokken zijn in geen geval bedoeld om na te gaan of een leerling buiten het computerprogramma een ster-aanpak (verlengde instructie) of een maan-aanpak nodig heeft.

Ook voor het gebruik van raket-materialen geven de toetsblokken geen uitsluitsel. Momenteel zijn er nog onvoldoende onderzoeksgegevens bekend om te kunnen aangeven wat de relatie is tussen de toetsblokken van het computerprogramma en de andere controletaken (toetsen) bij Veilig leren lezen.