Veilig stap voor stap

 

Opbouw en organisatie


In Veilig stap voor stap is er meer tijd uitgetrokken om de leerstof aan te bieden. Voor elk structureerwoord zijn drie dagen beschikbaar, waardoor er meer tijd is voor extra instructie en zelfstandig werken. Als gevolg hiervan komen de kernen 1 tot en met 8 in het eerste jaar aan bod en de kernen 9 tot en met 12 in de eerste helft van het tweede jaar.


Organisatie

Per dag wordt een leesles opgebouwd in 3 delen, van telkens ongeveer 25 ŗ 30 minuten. Leerkrachtgebonden en leerkrachtvrije gedeelten wisselen elkaar af, waardoor het mogelijk is om ook met twee niveaus binnen een klasgroep te werken en toch tijd vrij te maken voor extra instructie aan elk van de groepen. Aan het einde van de les, of aan het einde van de dag, vindt de afronding plaats. Hierin wordt samen met de kinderen kort teruggeblikt op wat er die dag aan de orde is geweest. De opbouw van een dag ziet er inhoudelijk als volgt uit:


Lesopbouw binnen een kern

Elke nieuwe kern start u met het interactief voorlezen van het ankerverhaal. Daarbij gebruikt u de ankermaterialen die bij elke kern zijn ontwikkeld. Het ankerverhaal is een aparte activiteit, los van de technische leeslessen. U leest het ankerverhaal voorafgaand aan een nieuwe kern of op de eerste lesdag van de nieuwe kern.

Voor elk structureerwoord zijn drie dagen gepland. U leert de leerlingen eerst het nieuwe woord en de nieuwe letter. Vervolgens oefenen de leerlingen met het maken en lezen van woorden waarin de nieuwe letter voorkomt. Dit breidt u vervolgens uit naar het lezen van teksten met de nieuwe woorden. Aan het einde van de kern zijn herhalingsdagen gepland, waarin de aangeboden leerstof nog extra geoefend en herhaald wordt.

Ter afsluiting van elke kern is er een toetsmoment. De leerlingen krijgen dan onder andere de Veilig & vlottoets van de betreffende kern. Daarmee toetst u het vlot lezen van woorden met bekende letters. Leerlingen die onvoldoende of twijfelachtig scoren op de Veilig & vlottoets, toetst u verder (dit geldt voor kern 1 tot en met 5). Zodoende komt u te weten met welke accuratesse en snelheid zij letters, woorden en zinnen lezen. Dat gebeurt aan de hand van pagina 16 van het leesboekje bij de betreffende kern.