Veilig stap voor stap

 

Zo werkt het


Didactiek  

Leerlingen in het buitengewoon onderwijs werken vaak in een aangepast tempo. De spanningsboog van deze kinderen is meestal kleiner en er is behoefte aan extra instructie en meer tijd voor zelfstandig werken. Daarnaast wordt binnen een groep regelmatig op meerdere instructieniveaus gewerkt, waardoor divergente differentiatie vaker voorkomt.

Opbouw en organisatie  

In Veilig stap voor stap is er meer tijd uitgetrokken om de leerstof aan te bieden. Voor elk structureerwoord zijn drie dagen beschikbaar, waardoor er meer tijd is voor extra instructie en zelfstandig werken. Als gevolg hiervan komen de kernen 1 tot en met 8 in het eerste jaar aan bod en de kernen 9 tot en met 12 in de eerste helft van het tweede jaar.

Leerstof  

Veilig stap voor stap richt zich hoofdzakelijk op technisch lezen en spelling. Er wordt in beperkte mate ook aandacht besteed aan het begrijpend lezen, met name vanaf kern 7. De belangrijkste doelstelling van de methode is het goed en vlot leren lezen. Net als bij Veilig leren lezen bereiken de kinderen bij Veilig stap voor stap aan het einde van kern 12 minimaal leesniveau AVI E3/AVI 3.

Differentiatie  

Natuurlijk is Veilig stap voor stap flexibel in te zetten. De maanlijn uit Veilig leren lezen vormt de basis. Voor zwakkere lezers is de sterlijn tot in detail uitgewerkt. Deze risicolezers krijgen extra aandacht tijdens de verlengde instructie.

Toetsing en evaluatie  

Ter afsluiting van elke kern is er een toetsmoment. De leerlingen maken dan de Veilig & vlot toets van de betreffende kern. Daarmee toetst u het vlot lezen van woorden met bekende letters.