Veilig leren lezen

 

Hulp bij uw keuze - FAQ's

Op deze pagina staan de meest gestelde vragen over Veilig leren lezen. Ze zijn per onderwerp gesorteerd.

Staat uw vraag er niet bij? Stel hem dan aan onze klantendienst.

 


Veilig leren lezen - algemeen

Waarom wordt bij Veilig leren lezen over 'Veilig' gesproken?

De keuze voor de titel Veilig leren lezen is min of meer toeval geweest. De eerste versie van de methode verscheen in 1960 onder de titel Zo leren lezen. De keuze voor deze titel was wel een bewuste. Voor 1960 was er in Nederland een methodestrijd bij het aanvankelijk leesonderwijs. Moest dat gegeven worden via de analytische-synthetische benadering of volgens de globale benadering? Mommers heeft in 1958 na bestudering van ruim 20 verschillende methodes die toen in Nederland werden gebruikt de principes van de structuurmethode uitgewerkt en vervolgens vertaald in een methode. Niet analytisch-synthetisch dus, niet globaal, maar: Zo leren lezen. Het 'zo' verwijst hierbij dus naar de principes van de structuurmethode.

De methode Zo leren lezen was een methode voor het katholieke onderwijs. Die methode was zo'n groot succes dat vanuit het onderwijs, met name vanuit schoolbegeleidingsdiensten, het verzoek kwam om ook een algemene versie te ontwikkelen. Voor die algemene versie moest een andere titel worden bedacht. Toos Koedam had de omslagen getekend voor de leesboekjes: Een kind met een grote zonnebloem in de handen. Begin jaren 60 was ook de periode waarin men bij scholen ging werken met klaar-overs om kinderen veilig te laten oversteken als ze naar school gingen. Een van de auteurs merkte bij het zien van de illustratie voor de omslagen op: "Het lijkt wel een klaar-overtje om kinderen veilig te laten oversteken". Waarop een andere auteur aansloot met: "Je hebt gelijk. Wat vinden jullie van: Veilig leren lezen?" En zo was de titel Veilig leren lezen geboren.

 

Op welke punten steekt Veilig leren lezen met kop en schouders uit boven andere methodes?

Veilig leren lezen wordt het langst en het meest gebruikt.
Van de huidige methodes voor leren lezen wordt Veilig leren lezen het langst gebruikt en is deze methode bovendien door het grootste deel van de Vlaamse en Nederlandse scholen in gebruik. Aangezien er concurrentie is van andere methodes, moeten er redenen zijn waarom scholen voor deze methode kiezen. Gebruikers zijn blijkbaar over het algemeen tevreden over resultaten en gebruiksvriendelijkheid van deze methode.

Deze methode blijft zich ontwikkelen.
Een belangrijke reden is ongetwijfeld dat het een dynamische methode is. In de loop van 42 jaar is er voortdurend aan de methode gewerkt. Niet alleen door auteurs maar ook door begeleidingsinstanties en vernieuwingsprojecten. Steeds weer opnieuw is ingespeeld op veranderingen en nieuwe behoeften in de praktijk.

Wisselwerking tussen theorie, onderzoek en praktijkervaring
De evolutie van de methode is te danken aan de wisselwerking tussen theorie, onderzoek en praktijkervaring. Vergelijkend onderzoek naar de effecten van methodes is methodologisch geen eenvoudige zaak. Eťn van de lastige punten is representativiteit en/of vergelijkbaarheid van de onderzoeksgroepen. Als daaraan niet is voldaan, kan men resultaten niet vergelijken of generaliseren. Uit de belangrijkste onderzoeken, waarbij Veilig leren lezen betrokken was, bleek echter verschillende malen dat scholen die Veilig leren lezen gebruiken de minste uitvallers hadden.

Veilig leren lezen sluit aan bij ontwikkelingen in onderwijstechnologie
De laatste decennia zijn er veel ontwikkelingen geweest in onderwijstechnologie. Met name de computer kan een effectief hulpmiddel zijn, vooral bij differentiatie in het onderwijs. Een voorwaarde is wel, dat men de beschikking heeft over goede educatieve software. Software die geÔntegreerd is in de methode die men gebruikt, heeft de voorkeur. Zowel de boom-versie, de 1ste maan-versie, Veilig in stapjes en de nieuwe versie Veilig leren lezenbieden aansluitende software. Internet biedt veel mogelijkheden: het verspreiden van recente informatie, het versterken van de communicatie tussen auteurs en uitgever enerzijds en gebruikers anderzijds en niet te vergeten de onderlinge communicatie tussen gebruikers. In dit verband verdienen verschillende fora op internet aandacht.

Aandacht voor de professionalisering van leerkrachten
In handleidingen bij Veilig leren lezen is altijd veel aandacht besteed aan achtergronden van het leren lezen, zodat leerkrachten niet alleen uitvoeren wat in het praktijkgedeelte wordt vermeld, maar ook inzicht verwerven in het doel en de aard van de verschillende onderwijs- en leeractiviteiten. Daardoor wordt zelfstandigheid vergroot en zijn ze beter in staat hun onderwijs aan te passen aan concrete situaties.

Fijnmazig leerlingvolgsysteem: signaleren, diagnosticeren en remediŽren
In het laatste decennium wordt ook door de inspectie de wenselijkheid benadrukt om vorderingen van leerlingen systematisch bij te houden m.b.v. een leerlingvolgsysteem. De meeste leerlingvolgsystemen zijn betrekkelijk grofmazig. Een fijnmazig volgsysteem geeft echter meer mogelijkheden om tijdig problemen te signaleren en op te vangen. Vooral na 1980 is bij Veilig leren lezen geleidelijk een fijnmazig leerlingvolgsysteem ontwikkeld m.b.v. toetsen en controletaken. Als aanvullend materiaal voor moeilijk lerende kinderen werd jarenlang Stap voor Stap gebruikt. Bij de maan-versie werd dit vervangen door Veilig in stapjes. In de nieuwe versie krijgen moeilijk lerende kinderen verlengde instructie, begeleide inoefening en preteaching. Veilig in stapjes, en het bijbehorende computerprogramma is naast de nieuwe versie overigens nog uitstekend te gebruiken voor kinderen die extra oefening nodig hebben.

 

Waarvoor staan de termen maan, zon, ster en raket?

Deze termen hebben te maken met het differentiatiemodel van Veilig leren lezen. Maan staat voor de kinderen die bij de start van leerjaar 1 nog niet kunnen lezen. Kinderen in deze groep volgen de methode. Met Zon bedoelen we een aanpak die geschikt is voor kinderen die al kunnen lezen bij de start van leerjaar 1. Zij werken zelfstandig op hun eigen niveau met zon-leesboekjes en zon-werkboekjes, die aansluiten bij het thema van de kern. Ster staat voor een aanpak die u kunt kiezen voor kinderen binnen de maangroep die moeite blijken te hebben met lezen. Deze kinderen krijgen verlengde instructie of preteaching en begeleide inoefening. Eventueel maken zij herhalingsopdrachten of (een deel van de) verdiepingsopdrachten. Verder volgen zij de methode, net als de maangroep. Raket-activiteiten zijn bedoeld voor kinderen binnen de maangroep die zich snel ontwikkelen. Zij krijgen na de verwerking iets uitdagendere vervolgopdrachten, waarbij ze letters kunnen gebruiken die nog niet expliciet zijn aangeboden. Ook zij maken deel uit van de maangroep. Hun snelle ontwikkeling is geen doel op zich.

 

Op welke gronden wordt verschil gemaakt tussen basisstof en extra stof?

Basisstof heeft betrekking op de doelen die door alle leerlingen op dat moment bereikt moeten worden. Extra stof gaat verder dan die doelen. In de eerste zes kernen worden per kern letters aangeleerd die op het einde van die kern beheerst moeten worden. Dat wil zeggen dat zij niet alleen correct, maar ook snel en zonder inspanning herkend moeten worden. Alle kinderen krijgen als basisstof woorden aangeboden, die bestaan uit letters die alle kinderen op dat moment moeten kennen. Bij de extra stof worden ook woorden gebruikt die bestaan uit letters die wel in de structureerwoorden voorkomen, maar nog niet beheerst hoeven te worden. Het zogenaamde raketmateriaal vormt daardoor een uitdaging voor de kinderen die al verder zijn dan de basisstof.

 

In de 2e maanversie van Veilig leren lezen (2003) is meer aandacht voor het automatiseren van het lezen. Geldt dat ook voor het automatiseren van de losse letters?

Ja. Regelmatig staat in de lesbeschrijving dat wanneer u merkt dat kinderen moeite hebben met het correct en/of vlot herkennen van de letters, u hier in de verlengde instructie of begeleide verwerking aandacht aan moet besteden. Bij dat lesonderdeel staan dan bijvoorbeeld flitsoefeningen met de letterkaartjes beschreven. In de nieuwe software zijn ook oefeningen opgenomen voor het automatiseren van de letterkennis.

 

Wat zijn de praktijkervaringen in de proefscholen?

Het uitproberen van de methode was vooral gericht op twee punten. In de eerste plaats een verschuiving in de methodiek. Wat is het effect van het vervroegen van de elementaire leeshandeling met die letters, die uitdrukkelijk zijn behandeld?

Overtuigend blijkt dat de leerlingen door deze verschuiving eerder meer woorden kunnen lezen. Een belangrijke voorwaarde is echter dat de herkenning van de letters (grafemen) zo intensief wordt geoefend, dat de koppelingen tussen grafemen en fonemen automatisch verlopen. Dit blijkt voor vrijwel alle kinderen haalbaar te zijn. De leeswoordenschat wordt door deze werkwijze sneller uitgebreid. Voor goede leerlingen is dat geen probleem, maar bij zwakke leerlingen kan dit aanleiding geven tot spellend lezen, als tenminste de woordherkenning niet intensief wordt geoefend. Dit kan onder meer met behulp van wisselrijen. Door deze werkwijze komt men de zwakke lezers eerder op het spoor, waardoor de kans op later optredende uitval wordt beperkt.

In de tweede plaats is nagegaan welke vormen van differentiatie met het nieuwe materiaal in de praktijk haalbaar zijn. In de eerste weken is maar een zeer beperkte mate van differentiatie mogelijk. In die weken wordt vooral veel aandacht besteed aan het realiseren van de voorwaarden voor differentiatie. Zo moeten de kinderen allerlei materialen leren kennen en moeten ze leren om een wat langere periode zelfstandig te werken.

Na de tweede of de derde week blijken de meeste leerkrachten in staat te zijn te werken met flexibele groepjes (verlengde instructie, raket- en zonmaterialen). Er treden echter duidelijke verschillen op in de mate waarin gedifferentieerd wordt en de wijze waarop dit gebeurt. Dit is afhankelijk van een aantal factoren die van klas tot klas verschillen. Veilig leren lezen schrijft geen vorm van differentiatie voor, maar maakt een verantwoorde keuze mogelijk. Veilig leren lezen streeft een convergente differentiatie na: gelijke hoge doelen voor alle leerlingen.

 

Wat zijn de resultaten van de nieuwe Veilig leren lezen?

De eerste resultaten waren zeer positief! Uit een onderzoek onder de eerste gebruikers (in 2003/2004) bleek dat de normen die werden gehanteerd bij de eerste maanversie strenger mogen worden gesteld. Vandaar dat Veilig leren lezen via eigen onderzoek een normering heeft geformuleerd die strenger is dan de gestelde landelijke normen vanuit CITO. Vanaf 2009 zijn de landelijke normen aangescherpt. De behaalde resultaten met Veilig leren lezen blijven ook dan nog steeds positief.

 

Wordt er in de nieuwe versie van Veilig leren lezen gewerkt met leesstrategieŽn?

Ja, er is zeker aandacht voor leesstrategieŽn, maar deze worden niet expliciet aan de leerlingen aangeboden. Het is namelijk gebleken dat sommige jonge kinderen de neiging hebben deze te generaliseren en ze ook inzetten wanneer ze niet van toepassing zijn.

 

Kan de nieuwe Veilig leren lezen gefaseerd worden ingevoerd?

Ja. Als u wel wilt overgaan op de nieuwe methode, maar nog niet alle materialen kunt of wilt aanschaffen, kunt u zich in eerste instantie beperken tot de basismaterialen. U kunt er ook juist voor kiezen om naast de 1e maanversie alvast de nieuwe additionele materialen te gebruiken: de zonmaterialen, Veilig & vlot, de ringboekjes, de woordendoos, Letterzetter, Woordzetter en Feestneus.

 

Kan ik Veilig leren lezen ook gebruiken op het digitale schoolbord?

Het digitaal schoolbord is in BelgiŽ enorm in opmars. Om de mogelijkheden van deze borden ten volle te benutten is er digibordsoftware ontwikkeld, de Leerkrachtassistent, bij de methoden Veilig leren lezen en Estafette nieuw, maar ook bij de rekenmethode zWISo. De Leerkrachtassistent is de ideale assistent voor iedere leerkracht. De software is praktisch in gebruik en geschikt voor elk digitaal schoolbord. Bovendien wordt elke les er leuker en efficiŽnter van!

 

Welke leerdoelen worden uiteindelijk bereikt?

We streven ernaar dat alle kinderen minimaal de basisdoelen halen. Voor technisch lezen is dat een beheersingsniveau van AVI 2 / een instructieniveau E3. Omdat de kernen 11 en 12 al op avi 3/4 (M4) niveau zijn geschreven halen veel kinderen een hoger doel. Kinderen die werken met zon-materialen kunnen aan het eind van het schooljaar AVI 5 bereiken, maar dit is beslist niet een doel dat per se gehaald moet worden.

 

 


 

Je wenst
toelichting op school  
Je wenst een
ter inzagepakket  
Je wenst
gratis folders