Veilig leren lezen

 

Tips van leerkrachten


Nieuwste tips

Woordenrol

Elke keer als er een nieuwe letter is aangeboden en in het klikklakboekje is gestopt, gaan de kinderen woorden maken met de nieuwe letter. Eerst maken ze een woord met het klikklakboekje, vervolgens schrijven ze het op. Losse briefjes raken verdwaald, daarom wordt de strook, als het er netjes uitziet en de letters goed geschreven zijn, vastgeplakt aan de wc-rol.
Wie heeft straks een hele grote sliert? Oprollen en vastzetten m.b.v. een knijper en klaar is kees! De kinderen werken met veel plezier aan hun woordenrol.

Tip van: Claire Raukema J.C. van Gentschool, Sommelsdijk

 

Coöperatief werken met de zoekplaten

Om alle kinderen actief betrokken te laten zijn bij het zoeken op de zoekplaat naar de betreffende letter heeft ieder kind een boekje van de zoekplaten in zijn/haar kastje. (Ik maak deze boekjes door een schermafdruk te maken van de zoekplaten in de leerkrachtassistent en deze in een Wordbestand te plakken.) In tweetallen mogen de kinderen tien minuten op zoek gaan naar plaatjes van de letter die centraal staat. Vinden ze er één, dan geven ze die een kleurtje. Na tien minuten vraag ik klassikaal snel na wie welke plaatjes heeft gevonden.

Extra tip: gebruik tijdens het kleuren één kleur. Zo kunnen de kinderen de zoekplaat nogmaals gebruiken; alleen de volgende keer een ander kleurtje pakken en aan de slag!

Tip van: Ingrid Bats, OBS de Zwerm in Winkel

 

Oeps foutje!

Ik heb nog een leuke manier bedacht om Veilig & vlot te oefenen. Ik lees een rijtje voor en maak hierbij expres een foutje (soms zelfs twee). De kinderen lezen mee en steken hun vinger op als ze weten welk woord ik fout gelezen heb. Vervolgens lezen we dat rijtje samen nog een keer en mogen ze het woord dat ik fout gelezen had extra hard lezen, zodat we zeker weten dat het nu goed gelezen wordt. De kinderen zijn hier heel enthousiast over en willen heel graag mijn 'foutjes' vinden.

Tip van: Irene van Rooij, basisschool de Startbaan in Eindhoven

 

Camerateam... actie!

Een geweldige activiteit waarmee de kinderen letterkennis toepassen! Benoem twee kinderen tot camerateam. Schrijf hun namen bij het kaartje op het planbord en schrijf hierbij eventueel ook de letter die het team gaat fotograferen. Gewapend met een (oude) digitale fotocamera, voorzien van een leeg geheugenkaartje, gaan de kinderen door de school en - als het mag - het plein op, om voorwerpen te fotograferen of situaties waarin een handeling met de aangeleerde letter te zien is.

Het lokaal van de kleuters kan een ware schatkamer zijn! Als de kleuters buiten spelen, wil de hun leerkracht het team daar misschien wel laten fotograferen. (Laat het team wel toestemming vragen aan de leerkracht.) Wijs de kinderen erop dat ze ook foto's kunnen nemen vanuit kikker- of ooievaarsperspectief. Ik geef de kinderen een timer in een heuptasje mee. Als de pieper gaat komt het team weer terug. De camera wordt op de computer aangesloten met een stekker of kaartlezer en de foto's kunnen op het digibord bekeken worden. Eventueel kunt u de foto's kopiëren en in Word zetten om te printen. De foto’s kunnen dan bijvoorbeeld in de lettermuur of op het fotoprikbord worden gehangen. Uw kinderen zullen het een fantastische opdracht vinden! Bovendien past deze opdracht perfect bij het werken met '21st century skills'; het inbedden van ICT in het onderwijs.

Tip van: Jacqueline Hensbergen, OBS De Regenboog, Dinteloord

 

Woordjes zoeken met kleur

Elk jaar valt het me op dat kinderen nogal eens het overzicht kwijtraken als ze in de werkboekjes bijvoorbeeld alle woordjes ‘roos’ moeten vinden tussen de foute woorden. Het aantal goede woorden is altijd 10. Ik laat de kinderen daarom al hun kleurpotloden (10 stuks) op tafel leggen en met elke kleur een woordje omcirkelen. Is de kleur gebruikt, dan gaat hij terug in de pennendoos. Als je kleurtjes op zijn, heb je dus 10 woordjes gevonden.

Dit werkt al twee jaar erg goed bij mijn kinderen. Het is ook handig wanneer ze een foutje hebben gemaakt. Je kunt dan namelijk precies aangeven welke woorden ze fout hebben gemaakt. Bijvoorbeeld: het groene en oranje woordje waren fout, die kleurtjes moeten nog een keer.

Tip van: Maud Schuimer, IBS El Habib, Maastricht

 

Veilig & vlot-slak

Hierbij een tip die u ter afwisseling eens kunt gebruiken als verwerkingsvorm terwijl u bezig bent met individuele toetsing. Teken een soort vierkant slakkenhuis en kopieer dit voor alle kinderen. Laat de kinderen alle woorden van Veilig & vlot met een gekleurde stift achter elkaar in dit slakkenhuis schrijven. Je krijgt dan een soort gekleurde worm van woordjes. De kinderen zijn er een hele poos zoet mee en ondertussen kunt u toetsen!

Tip van: Eva Admiraal, De Wendakker, Zwolle

 

Nog meer speuren met de zaklamp (anker 9)

Na het ankerverhaal van kern 9 blijven de ankerplaten die je kunt 'belichten' met het zaklampje favoriet! Het is dan ook erg leuk zelf zo'n plaat te maken. Neem een sheet; kopieer het zaklampje. Laat de leerlingen met permanentstiften tekenen op de sheet. Plaats er een zwart papier achter... en ook nu is deze tekening zichtbaar door de zaklamp ‘-'aan te doen'. Je kunt de zaklamp ook verkleinen en werken op een halve sheet.

Tip van: Sabine de Groot, Regenboogschool te Heinenoord

 

Bewegen met letterflitsen!

Elke dag even bewegen met Veilig leren lezen: Start het letterflitsprogramma op het active bord. De leerlingen gaan achter hun stoel staan en springen de letters in kruissprong (linkerbeen voor, rechterarm voor en dan wisselen). Zo blijft letters oefenen voor iedereen het hele jaar leuk.

Tip van: Ingrid, Marijn, Anne Marie, bs de Horizon, Dordrecht

 

Resultaat gericht Veilig en vlot lezen n.a.v. Jay Marino

Na de afsluiting van een kern krijgen alle kinderen hun Veilig en vlot toetsblad, het blad wat ze bij de leerkracht gelezen hebben. Daarop staat een streep tot waar ze gelezen hebben.

Ook krijgen ze een ruitjesblad. Daarop kleuren ze met rood een aantal hokjes in: ze kleuren zoveel hokjes in als zij deze week aan woordjes willen ‘verbeteren’ ten opzichte van de eerste keer dat ze het gelezen hebben.

Die week gaan ze veel oefenen met het Veilig en vlot boekje. Dit kan zelfstandig, klassikaal of in duo’s terwijl een digitale stopwatch aftelt.

Op de laatste dag van de week lezen ze (in duo’s) het oude toetsblad nogmaals en mogen nu zelf een streep zetten tot waar ze gekomen zijn. Het aantal woordjes dat ze meer gelezen hebben dan de eerste keer mogen ze tellen en zoveel hokjes mogen ze dan (met groen) inkleuren. Hierdoor zien ze in één oogopslag hoeveel ze verbeterd hebben. Het werkt erg motiverend!

Voor de zon-groep zou je kunnen afspreken dat zij het aantal secondes kunnen verbeteren ipv het aantal woordjes. Of je laat ze de kaart zoveel mogelijk keer lezen en kijkt hoeveel woordjes ze meer hebben gelezen dan de eerste keer dat ze dat deden.

Het in gesprek gaan met kinderen is ook een belangrijk onderdeel. Wat is haalbaar? En als je het niet gehaald hebt, waar kwam dat dan door? Het is best pittig maar als ze het eenmaal gewend zijn, werkt het!

Tip van: Eva Keijzer, Jps de Bijenkorf, Assendelft

 

Letterlijn op het digitaal schoolbord, nu nog leuker!

Om de betrokkenheid van de leerlingen te vergroten, doen wij het volgende spel:

We verkennen de letterlijn door hem twee of drie keer klassikaal te lezen, natuurlijk wordt er wel steeds op de dobbelsteen gedrukt. Dan 'krijgt' ieder kind 5 punten; elk kind houdt zijn of haar hand voor zich. Ik druk op de dobbelsteen en geef een kind de beurt. Vervolgens zegt hij/zij welke letters er niet zijn verschoven; welke er dus zijn blijven hangen. Dat kunnen 1, 2 of wel 3 letters zijn! Verhuizen alle letters dan zegt de leerling: 'Geen eentje'. Als het kind het allemaal goed heeft, dan behoudt hij/zij al de punten. Is het antwoord fout of niet compleet, dan moet er een vinger af.

De kinderen hebben al snel door dat ze, als ze niet opletten, de beurt krijgen. Dat laten ze zich niet al te vaak gebeuren! We ronden dit spel af door te gaan staan: eerst als ze 1 punt hebben, daarna als ze 2 of 3 of 4 of 5 punten hebben. De kinderen zijn bij 5 punten zo trots als een pauw!

Is dit ook leuk voor zwakke leerlingen?
Als een kind een beurt heeft gekregen en hij/zij noemt de letters die niet verhuisd zijn op, klik ik meteen op de betreffende letters. Zo horen de zwakkere kinderen hem nog eens. Juist het differentiëren kan goed met deze activiteit. Kinderen zijn heel gefocust op de digitale letterlijn, allemaal. Ik zit aan mijn bureau achter de computer en kijk ook mee. Als ik zie dat er veel letters zijn blijven hangen geef ik de beurt aan een wat sterker kind.

Soms is het ook wel moeilijk te ontdekken dat er geen een verhuisd is, maar dat is een kwestie van goed opletten. Dat gaat na een paar keer oefenen echt goed. Zwakke kinderen geef je een beurt om 1 of 2 letters op te noemen. De kinderen weten van tevoren niet wie er een beurt krijgt, dat maakt het voor hen spannend. Ik heb wel gemerkt dat de kinderen, ook de zwakkeren, er na een paar keer echt heel goed in zijn geworden! Als ik hen dan een beurt geef om 3 letter op te noemen lukt dat meestal ook. Zo niet, dan weet ik dat ook weer en houd ik daar de volgende keer rekening mee.

Mijn kinderen zijn er gek op en het is moeilijk ze nog te betrappen op het niet-geconcentreerd zijn. Niemand wil daarom zijn vinger kwijt!

Tip van: Jacqueline Hensbergen, OBS De Regenboog, Dinteloord

 





Na 'maan' en 'vis' knutselen we een MAANVIS!

Wat vonden de kinderen het vorig jaar leuk om een maanvis te knutselen! Een lang woord dat we al kunnen lezen en ook echt iets is...

Benodigdheden per kind:
- een gekleurd blad vouwkarton
- een brede strook zwart
- papier (A4 in 4 korte brede stroken snijden)
- een geel of wit plakrondje voor het oog
- schaar
- lijm
- dikke zwarte stift.


Zo maak je een maanvis
Vouw het vouwblad diagonaal en knip het op de vouw door. Er ontstaan twee driehoeken. Eén driehoek leg je even opzij. Van de andere driehoek knip je de lange kant een beetje hol (een hele smalle bolle rand afknippen; deze heb je later weer nodig). De 'holle' driehoek wordt de staart. De hoek tegenover de diagonaal plak je achter de andere driehoek, halverwege de 'rechte' diagonaal. Zo heb je al een vis.

Laat de kinderen van de zwarte strook smalle reepjes knippen en als verticale strepen op het lijf plakken. Overstekende strepen worden voorzichtig afgeknipt. De bolle rand die je overhield van de staart plak je nu achter op het lijf, ter hoogte van de kin. Deze spriet is kenmerkend voor de maanvis. Als laatste plakken de kinderen het oog op de juiste plek en tekenen met de zwarte stift een pupil en een mondje.

Samen met wat groene slierten creëer je op het prikbord een mooie zee! De vis op een (blauw) blad plakken kan ook. Van kleinere vouwblaadjes kunnen ook maanvisvriendjes gemaakt worden.

Tip van: Jacqueline Hensbergen, OBS De Regenboog, Dinteloord

 

Het leuke-dingen boek van de klas

Thema 11 gaat over het lievelingsboek van de koning. Hij heeft echter geen lievelingsboek. In de loop van het ankerverhaal ontstaat het lievelingsboek van de koning wel, met daarin dingen die bij zijn leven horen, zoals babyfoto, zwemdiploma en nog meer. Met de groep maken wij zelf ons lievelingsboek van de klas! Elk kind typt een verhaal op de computer, met als titel: Dit vind ik leuk. De verhaaltjes worden in een plakboek geplakt, en elk kind mag plaatjes, foto's of een tekening naast zijn verhaal plakken.Wie het wil mag zijn/haar verhaal voorlezen in de klas. Zo ontstaat ons leuke-dingen boek. Iedereen werkt er met veel plezier aan, en ook ouders zijn enthousiast.

Tip van: Marike Hagedoorn, KBHZ Esrein, Hengelo

 

Zakkenmuseum

Op een dekbedovertrek heb ik lapjes genaaid: zakken voor het zakkenmuseum. Voordat ik deze zakken vastnaaide heb ik er eerst nog een doorzichtig strookje op gestikt waar de naam ingeschoven kan worden. Ik heb gekozen voor een dekbedovertrek omdat je dan niet de 'lelijke' kant van de stof ziet.

De kinderen stoppen voorwerpjes in hun zak. In het museum mogen vervolgens kinderen aan het werk met het zakje van een ander kind. Hiervoor heb ik op 4 niveau's werkboekjes gemaakt (museumgidsen). Omdat het een afgeschermd hoekje is vinden de kinderen het heel speciaal als ze er mogen werken.

museumgids kern 10 maan

museumgids kern 10 raket

museumgids kern 10 ster

museumgids kern 10 zon



Tip van: Jacqueline Hensbergen, OBS De Regenboog te Dinteloord

 

Proefjes doen!

Op de site www.proefjes.nl staan een heleboel leuke proefjes die aansluiten bij het thema 'Hé, hoe kan dat?' van kern 9. Een aantal proefjes kunnen (zon)kinderen wellicht uitvoeren tijdens het zelfstandig werken. En een aantal proeven lenen zich uitstekend om met behulp van hulpouders in een circuitvorm aan de kinderen aan te bieden. Dus voor iedereen die aan het werk is met kern 9 of voor iedereen die er nog mee gaat starten ...
Kijk op www.proefjes.nl

Tip van: Anke Verheggen, basisschool het Mozaïek, Roermond

 

Speurtocht door de school

Bij kern 7 komen plattegronden aan de orde. Ik heb de plattegrond van de school 6 keer gekopieerd, met de kinderen bekeken waar onze klas is en de gymzaal, daarna de route van onze klas naar de gymzaal opgezocht en gekleurd. Dit was ter oriëntatie. Daarna begon de speurtocht.

Op elke plattegrond stond een kruisje, steeds op een andere plaats. In groepjes moesten de kinderen er in de klas achter komen waar hun kruisje zich bevond in de school. Nadat dat tegen de leerkracht was verteld en goed bevonden was, mochten de kinderen bij die plek op zoek naar een letter (voorbeeldletter op geel papier met echt afgebrand randje, had ik van tevoren laten zien).

Door de hele school hingen de letters, in gangen, toiletten en zelfs bij de directeur. Nadat alle letters "binnen" waren, moest er een woord van worden gemaakt. Bij ons leidde dat naar de SPEELZAAL, alwaar een groot playmobiel piratenschip stond als "schat". Een leuke, leerzame activiteit!

 

Begrijpend lezen, een plaatje in mijn hoofd

In mijn groep is het taalvaardigheidsniveau van sommige kinderen niet zo groot. Ze lezen technisch goed, maar hebben moeite met de vragen in het werkboekje, waarvoor tekstbegrip nodig is. Ze kennen vaak de woorden wel, maar begrijpen niet hoe ze moeten komen tot een antwoord op de vraag. Ik maak dan vaak een simpele tekening van mijn hoofd op het bord en teken in mijn hoofd een plaatje van de vraag. In werkboekje 8 kwam onlangs de vraag voorbij: Is sla blauw? Ik teken dan een blauwe krop sla, zet er een rood kruis door omdat dat echt niet zo is en maak dan de koppeling naar de twee mogelijke antwoorden in het werkboekje.

Doordat ik niet alleen vertel over het 'plaatje' in mijn hoofd, maar er ook bij teken is de betrokkenheid van de hele klas groot en wordt door iedereen de opdrachten veel beter gemaakt. Kinderen vinden zo de bladzijden met leesbegrip leuk en zien er niet meer als een berg tegenop. En dat is winst, want het is bekend dat begrijpend lezen voor weinig kinderen een favoriet vak is!

Tip van: Annet Vandenhecke OBS de Regenboog, Oudenbosch

 

Vaderdag

Ieder kind bij mij in de klas maakt een boek voor en over hun eigen vader. Het boek heeft 4 bladzijden en bevat een "informatie" bladzijde, een elfje over hun vader, een tekening over wat ze met hun vader gaan doen en een verhaal over hun vader. De 4 bladzijdes kopieer ik dubbelzijdig en zo dat er 2 bladzijdes op 1 blad komen. Ik vouw hem dubbel, gekleurde kaft er om heen en klaar is het boek. Misschien als ik tijd heb maken we nog een boekenlegger erbij.

Kristel Lips, OBS 't Skitteljacht te Hoogkarspe

 

Alternatief voor klikklak kopieerbladen

Ieder nieuw woord wordt met een plaatje op de cirkelrand geplaatst. Daaronder schrijft de leerkracht het woord. Gelijktijdig krijgen de kinderen deze woorden/letters ook in hun klikklakboekje.

Met de letters die de kinderen nu hebben kunnen ze nieuwe woorden vormen. Deze schrijven/stempelen/tekenen ze in de aangrenzende vakjes. Hebben ze een woord gevonden dan mogen ze dit vakje ook mooi inkleuren.
Tot slot mogen ze de leertaak verder versieren.

De afwisseling met kleuren zorgt ervoor dat de kinderen even tijd hebben om te ontspannen en weer op kunnen laden voor nieuwe informatie.

Deze leertaak is eenvoudig aan te passen aan iedere kern van Veilig leren lezen.

Tip van: Maaike Klomp, bs 't Palet, Dinther

 

Sneeuwballen gooien

De kinderen krijgen allemaal een papiertje waarop ze een woord schijven met de aangeboden letter. Op teken van de leerkracht gooien ze het opgefrommelde papiertje naar een afgesproken punt. Daarna mogen ze in groepjes een blaadje gaan pakken en het woord lezen wat erop geschreven staat. Vervolgens schrijven ze er een nieuw woord met die letter bij en zo kan je doorgaan zo lang je wil. Leuke energizer!

Tip van: Suzanne van den Broek, Basisschool Armhoefse Akker, Tilburg

 

Op de leeskruk

Elke middag start ik met twintig minuten 'stil' lezen. Voordat iedereen zich in een eigen boekje verdiept, mogen er maximaal drie kinderen iets voorlezen op de leeskruk. De keuze voor de tekst is vrij, het kan dus ook een zelf geschreven tekstje zijn. Er is wel een belangrijke voorwaarde: alles wat voorgelezen wordt, moet goed voorbereid zijn.

Middels een lijst registreren de kinderen, dat ze hebben voorgelezen. Kinderen die het moeilijk vinden, mogen het samen met een ander doen of samen met mij. Omdat ik niet zo'n grote klas heb, komt elk kind elke week minstens een keer aan de beurt. Een belangrijk onderdeel van het voorlezen is het geven van feedback door de klas. Ik heb dit voorgedaan en de kinderen kunnen dit ook steeds beter. De gegeven feedback is niet meer algemeen ('leuk', 'knap') maar richt zich echt op de manier waarop een kind leest en de vooruitgang die te horen is ('vlot gelezen zonder hakken', 'de b niet verward met de d' etc.).

Boekpromotie is ook een onderdeel van deze activiteit, want alle voorgelezen boeken worden kort besproken (kaft, illustraties, leesmoeilijkheden, soort boek, lay out , lees ik iets wat ik zelf ook heb meegemaakt etc.) Met een groepje risicolezers bereid ik vanaf kern 7 teksten van Woordzetter voor, die ze na herhaald lezen op vrijdag vlot kunnen voorlezen.

Tip van: Annet Vandenhecke, OBS de Regenboog, Oudenbosch

 

Letterdoosoefening

Bij zelfstandig werken heb ik een letterdoosoefening bedacht. Ik plak op kaartjes de stickers die horen bij het ringboekje. Ik maak doosjes met elk zo'n 10 kaartjes. Elk kind in het groepje heeft dus een doosje met andere woorden (zo kunnen ze niet bij elkaar afkijken!). Het kind legt het woord van het plaatje op de letterdoos. Hierna schrijft het kind het woord ook nog eens op in een schriftje of blaadje, wat je maar wil. Je kunt dit met elke kern doen. Kinderen vinden deze oefening heel leuk.

Tip van: Susanne Groeneveld, basisschool 't Kirkeveldsje te Schimmert

 

Nieuwjaarsgedicht

ik wens je een maan
en een roos en een vis,
van alles op aarde
het mooiste wat er is.
een pen en een sok en
een koek op je bord,
van al wat je nodig hebt
nooit iets te kort.
een buik zonder zorgen
een oog zonder traan
ik zal je wel helpen
als’t moeilijk zal gaan!

Tip van: Linnebie

 

'Laat zien' met het ringboekje

Als je, net als ik, doet aan coöperatief leren dan is 'laat zien' met het ringboekje een leuke vorm. De kinderen zitten in groepjes van 4, alle kinderen hebben een blaadje en een potlood. Nummer 1 begint met het ringboekje, de andere 3 kinderen schrijven zo snel mogelijk het woord van het bovenste plaatje op en leggen hun potlood neer. Dan roept de nummer 1 'laat zien'. De andere drie houden hun blaadje omhoog en de nummer 1 controleert of ze het alle drie goed hebben geschreven. Zo niet, even laten verbeteren. Dan mogen ze samen even 'yés!' zeggen. Daarna krijgt nummer 2 het ringboekje en schrijven de andere drie het tweede woordje op. Het is niet erg als ze het volgende woordje al zien, dit is alleen maar een mooie oefening voor hun woord-beeldkoppeling.

Tip van: Muriel Funke, CBS De Haven, Doetinchem

 

Letterkoor

Leuke en vrolijke manier om de letters te oefenen: het letterkoor. Ik schrijf de te oefenen letters op het bord, een keer in het groot en een keer in het klein. Wanneer de grote letter wordt aangewezen, mogen de kinderen de letter hard roepen, wanneer de kleinere versie wordt aangewezen mogen de kinderen de letter zachtjes zeggen. Vaak zijn we deftige dames en heren van het letterkoor dat dan een letterconcert geeft.. Succes verzekerd!

Tip van: Elvira van Agtmaal, De Houtuyn, Vlissingen

 

Soepletters

In de taalleeskast staat een pan met letters en een aantal borden. De kinderen scheppen met een soeplepel een aantal letters op hun bord en proberen met deze letters zoveel mogelijk woordjes te maken. Wie bedenkt de meeste woordjes?

Eet/lees smakelijk!

Tip van: : Evie Jacob, Min. Marga Klompéschool, Rotterdam

 

Chipsletters

Als kinderen klaar zijn met hun werk mogen ze een werkje kiezen. Ik heb een kom waar je chips in kunt doen gevuld met letters van oude letterdozen. Kinderen mogen dan een handjevol 'chipsletters' pakken en hier nieuwe woorden mee maken en evt. opschrijven. Vinden ze erg leuk!

Tip van: Diana Heiligers, bs De vlieger Hoensbroek

 

Bewegen met letterflitsen

Het inoefenen van de letters vraagt voor variatie om de kinderen te blijven uitdagen. Wat in mijn klasje zeker werkt is het laten 'rappen' van de letters. De kinderen mogen voor deze activiteit op hun stoel gaan staan. Zoals de 'rappers' op de televisie mogen ze met de bijhorende armbewegingen hun lettertjes rappen: 'de m van maan, de r van roos, ...' Nadien komen enkel de letters aan de beurt. De letters 'aa, ee, ie, ...' klinken lang en om dit passend te ondersteunen, strekken ze hun armen zijwaarts. Kinderen zijn zelf creatief om hierin te variëren. Je kan als afwisseling de letters op verschillende intonaties laten verklanken: boos, verliefd, heel vrolijk... al zingend, zoals in de opera,... Het zorgt in mijn klasje in ieder geval voor de nodige beweging en oefenplezier.

Tip van: Ilse de Batselier, BSGO Ten Berge, Berlare

 

Het letterfeest

De opzet van dit letterfeest is een gezellige afsluiting van de 6 kernen, waarin alle letters aangeboden zijn.

Begin januari ontvangen de ouders een uitnodiging voor het letterfeest (zie bijlage). De uitnodiging gaat als een gesloten brief mee naar huis. Daarin worden ze op het hart gedrukt, niets over het letterfeest aan hun kind te vertellen.

Het feest duurt ongeveer 1 ½ uur. Wij hebben dit feest meestal ´s middags gevierd en begonnen om 14.00 uur tot 15.30 uur. Het is iedere keer weer geweldig leuk, dat de ouders binnen komen wandelen, terwijl de kinderen hard aan het werk zijn, en van niets weten. Na een kort gesprekje over het waarom, kan het feest beginnen met een speurtocht. Rondom, maar in de school, hangen alle letters die aangeboden zijn, ook de tweeklanken. De kinderen hebben allemaal een afvinklijst (zie bijlage), en gaan buiten op zoek naar de letters. Wij hebben nog altijd droog weer gehad anders moet je iedereen door de school laten lopen, wat misschien bezwaarlijk is voor de collega´s. Ieder kind gaat met zijn ouder(s) mee. Omdat soms een ouder niet kan, mag dat kind altijd wel met iemand anders mee lopen. Als alles gevonden is, en het is handig om even een paar letters wat later op te hangen, komt iedereen weer binnen voor wat lekkers en een glaasje drinken, koffie e.d. De kinderen spelen wat, of laten hun werkjes uit de la zien. Hierna spelen we het bingo spel. De bingokaarten zijn nu gevuld met alle letters (zie bijlage). Je zou de kaarten kunnen lamineren zodat ze voor meerdere jaren te gebruiken zijn. Maar je kunt ze natuurlijk ook kopiëren en af laten vinken. Naargelang de tijd speel je het spel 2 keer. Succes verzekerd.

Tenslotte delen we het letterdiploma uit, op naam en met applaus neemt ieder kind dit in ontvangst. (Zie bijlage, dit is een idee, maar dat maak je naar eigen idee zo leuk mogelijk.) Veel plezier met dit altijd weer geslaagde feest. Vele ouders maken er tijd voor vrij. Wij vieren dit feest al een jaar of 7 en bijna alle ouders zijn iedere keer weer aanwezig.

Tip van: Mieke van Abeelen, bs de Vijfmaster, Veghel

Uitnodiging voor het letterfeest

Letterdiploma

Benodigdheden Letterfeest



*Open 'Benodigdheden Letterfeest', klik onder op de tabbladen en druk af.

 

Actief met de lettermuur

Wij gebruiken sinds kort de lettermuur op een andere manier. Een manier die de kinderen actiever maakt, en ze vinden het hartstikke leuk!

Er hangen 7 strengen met daarin de meest recent geleerde letters. Alleen hangen wij de plaatjes er nog niet bij. We hebben álle plaatjes, dus ook van andere letters, bij elkaar in een bakje gezet. De letter rechtsonder is afgeplakt. Nu mogen er bij het kiesbord steeds twee kinderen werken met de lettermuur en uit al die kaartjes goede plaatjes zoeken bij de recente letter (het woordje hond kan bv bij de h,o en n). Aan het einde van de werktijd kijken we altijd even samen naar de lettermuur (om fouten als hond bij de t eruit te filteren).

Dit bleek zo'n groot succes, de muur was al snel vol, dat we alle 'oude' letters in een klapper gestopt hebben (met de 'fotohoesjes' waarmee ze in de klapper zitten). Ook het letterboek mag naar hartelust aangevuld worden.

Naast de voorgedrukte kaartjes hebben we ook een mandje met kleine spulletjes staan en lege leerlingblaadjes waarop ze zelf iets kunnen tekenen en het woord erbij schrijven (er staan schrijflijnen op). Ook heb ik een blad waarop je zelf de schrijfletter kunt zetten om deze toe te voegen aan de lettermuur.

Sinds deze wijzigingen wordt de lettermuur meer en enthousiaster dan ooit gebruikt, ook door ons als leerkracht!

Tip van: Maud Schuimer, IBS El Habib, Maastricht

 

Letterbingo met de woordendoos

De kinderen zitten klaar met hun geopende woordendoos. U noemt telkens een letter die al geleerd is en laat die in het bovenste, lange vak, van de woordendoos leggen. Er moeten meer dan 5 letters in dit vak komen te liggen. Vraag de kinderen nu 5 geluksletters uit het lange vak te kiezen en laat die op hun tafel leggen. Nu start het bingospel. U noemt telkens één van de letters die in het lange vak liggen. Als deze letter tot de geluksletters behoort mag het kind deze letter omdraaien. Bingo heeft het kind dat het eerst alle letters heeft omgedraaid. Uiteraard blijft u letters noemen tot alle kinderen bingo hebben.

Tip van: Daltonbasisschool De Molenwiek Haarlem

 

Flitsen

De eerste week vouwen we met de kinderen een doosje. Telkens als er weer een letter is geleerd krijgen de kinderen die op papier mee naar huis en gaat het in dat doosje. Elke avond even flitsen en de letters zitten er zo in!

Tip van: Angelique Groot, De Molenwiek Bovenkarspel

 

Woord- en letterbingo

Op een A4 staan de geleerde woorden en letters. De kinderen lezen de woorden en letters goed door en kiezen daarna 9 woorden en/of letters uit die ze in één van de 9 vakken eronder mogen overschrijven. Daarna begint de bingo. Ik noem in willekeurige volgorde de letters en woorden op. Bij een volle kaart is het BINGO! De kinderen vonden het erg leuk om te spelen en het is makkelijk en snel aan te passen. Ik heb het voorbeeld van kern 1 bijgevoegd.

Tip van: Anna Ybema, CBS De Vuurvlinder Sneek

 

Rie-ra-rijtjes race

Ik noem "Veilig en Vlot" altijd het rie-ra-rijtjes boek. Veilig en Vlot vind ik een beetje saai. De rie-ra-rijtjes race gaat als volgt: alle kinderen gaan staan en lezen om beurten een woord. Wie een foutje maakt of niet weet waar we zijn, is "af" en gaat zitten. Hij of zij moet wel mee blijven doen, want als de leerling weer aan de beurt is, mag hij of zij weer een poging wagen. Is het dan goed, dan mag het kind weer gaan staan. Enz. De kinderen vinden het erg leuk.

Tip van: Marian Muetgeert, OBS De Paperclip Krimpen aan den Ijssel

 

Een hut? (kerstverhaal)

Dit korte kerstverhaal kunnen de leerlingen zelf lezen na het woord hut. De hut blijkt geen hut, maar een stal te zijn.

Download het korte kerstverhaal.



Tip van: Suzanne van der Greef, b.s. D'n Heiakker, Deurne

 

Alternatief ankerverhaal Sint bij kern 4

Ik heb een alternatief ankerverhaal gemaakt voor kern 4, rondom de woorden huis, weg, tak, hut en bos. Maar dan uiteraard over Sint en piet. Ook een avontuur over verdwalen in het bos net als het oorspronkelijke verhaal, maar dan in Sintsfeer. Mijn collega en ik hebben het allebei voorgelezen en de kinderen waren heel enthousiast.

Download het alternatief Sintverhaal bij VLL kern 4.



Tip van: Suzanne van der Greef, b.s. D'n Heiakker, Deurne

 

Zingend hakken en plakken

In leerjaar 1 zijn de kinderen veel bezig met 'hakken en plakken'. Ze 'hakken' woordjes in letters en klanken. Daarnaast 'plakken' ze die ook weer aan elkaar. Om dit hakken en plakken eens op een andere manier te doen heb ik het liedje 'Hakken, hakken, plakken' bedacht. Dit lied kun je samen met de kinderen zingen. Dit lied is eigenlijk een andere manier om het synthetiseren van klanken bij kinderen te oefenen.

De leerkracht (of een kind) noemt 3 losse klanken. De kinderen plakken die klanken vervolgens aan elkaar en zingen het woord. Het kan zowel individueel als klassikaal gebruikt worden om te oefenen. Dit kan elke keer weer herhaald worden. Tussendoor weer even het refreintje en plakken maar weer! Hieronder is een voorbeeldopname te beluisteren. Ik heb ook de bijbehorende bladmuziek gemaakt. Veel plezier ermee!

Zingend hakken en plakken/a>

MP3 - Zingend hakken en plakken/a>



Tip van: Edwin van Rijsewijk, St. Willibrordusschool, Herveld

 

Letterliedjes

melodie: de zevensprong

Ik zit in de derde, de derde, de derde,
Ik zit in de derde, de derde groep.
Ze zeggen dat ik niet lezen kan
maar ik kan er HEEEEL VEEEL van

dit is de ....
hier staat.... enz
(ook gemakkelijk om te buigen voor het rekenen!)

Tip van: Susanne van Vught, BS 't Anker, GeldropLeren lezen


melodie: Berend Botje

met z'n allen
Alle tekens, alle klanken
Op een rij
kijk naar mij
Elke dag komt er weer een bij

i en m en w en p en t en s en r en k
en nog meer
heel veel meer
Lezen is niet moeilijk meer!

De letters in het liedje worden aangewezen op de letterlijn. Natuurlijk mag er steeds een ander kind juf of meester zijn!

Tip van: Maria Janssen, BS Vroonestein, Nieuwegein


melodie: Huup, huup, huup mijn paardje

Daar boven op de bergen, mmmmmmm (smulbeweging bij maken), Daar smullen alle dwergen, mmmmmmmmm.


Dit liedje kan ook met:

  • Daar sissen alle dwergen, sssssssss
  • Daar boren alle dwergen, rrrrrrrrrrrrrrrrrr
  • Daar vliegen alle dwergen, vvvvvvvvvvv
  • Daar mekkeren alle dwergen, eeeeeeeeee
  • Daar teuten alle dwergen, ttttttttttt
  • Daar schrikken alle dwergen, oo oo oo
  • enz.

melodie: Eén, twee, drie, vier, hoedje van papier

één, twee, drie, vier
de letter m,
de letter m,
één, twee, drie, vier
de letter m is hier

Zing op deze manier ook het liedje van de letter e en de letter s.
Tijdens het zingen worden de letters m, e, s op het bord geschreven.
Zing als laatste:

één, twee, drie, vier het woordje mes, het woordje mes, één, twee, drie, vier het woordje mes is hier Tip van: Josée Warnaar, basisschool De Molenwiek, Haarlem

 

HEBBES! - letterspel

Bij het oefenen aan de instructietafel zijn talloze letterspelletjes te verzinnen. Dit spel is bij mij altijd een succes: HEBBES! Schrijf alle aangeleerde letters op kleine kaartjes. Zorg dat je van elke letter een stuk of 4 kaartjes hebt. Alle letters stop je in een bak. Elk kind pakt zeven (of meer) letters uit de bak en houdt deze als bij een kaartspel voor zich. Een speler pakt een letter en benoemt deze,"Ik heb de b". Deze letter legt hij op tafel, in de pot. Dan is de volgende speler. Heeft hij geen 'b', dan verandert hij de pot en legt hem op de stapel "Ik heb de aa". Zo ga je de hele groep langs, totdat iemand dezelfde letter in handen heeft, als die boven op het pot ligt, roept het kind "Hebbes!" De stapel letters (de pot) is nu van dat kind. Dan begin je weer met een een nieuwe letter. Op school en thuis een succes!

Tip van: Fleur van Pijkeren, CBS 't Prisma, Doetinchem

 

Leuke boekenkast

Op het prikbord heb ik voor elk kind een overhemddoos (van een herenkledingzaak gekregen) vastgeprikt. In deze stevige doos mag één gelezen boek gezet worden. De andere kinderen mogen dit boek er weer uitpakken om te lezen, nadat ze gevraagd hebben waarom het er door de vorige is ingezet. Zo staan er steeds nieuwe boeken in de belangstelling en praten kinderen, ook zonder mijn tussenkomst, over een gelezen boekje. Op de leeskruk mogen kinderen als boekpromotie een stukje uit hun uitgekozen boek voorlezen. Met de zwakke lezers doe ik dit samen.

Tip van: Annet van den Hecke, OBS de Regenboog, Oudenbosch

 

Boekenmandjes

In kern 1-6 maak ik mandjes met boeken bij de maan-, raket- en zonaanpak. Per kern stel ik voor elke aanpak een mandje met boeken samen. Doordat de boeken met hun kaft naar voren in de mandjes staan, kunnen de kinderen beter kiezen. Ze zien namelijk direct de kaft en de titel. En dat zegt meer dan een rug van een boek op een boekenplank. Vanaf kern 7 worden de boeken op AVI-niveau in de mandjes gezet.

Tip van: Josée Warnaar, Daltonschool de Molenwiek, Haarlem

 

Keuzekaart per kern voor alle materialen tijdens het vervolgwerk

Ik heb vanaf begin van dit jaar elke week een keuzekaart/registratieblad gemaakt voor alle vervolgwerk van VLL. Ik heb gewerkt met meer picto's op de keuzekaart. Deze keuzekaart is er per week. Ze staan ook op digischool. Elke week maak ik een nieuwe, zodat er aan het eind van dit jaar voor elke week een keuzekaart te vinden is.

Voorbeeld

Keuzekaart leerjaar 1: week 13



Tip van: Miranda Hagen, Basisschool Langeberg, Brunssum

 

Zinnetjes maken

Ongeveer na kern 6 zijn de meeste kinderen zover dat ze met het volgende materiaal kunnen werken. De zinnetjes op het bijgevoegde document moeten worden los geknipt en daarna op kaartjes geplakt worden. Doe de kaartjes in een leeg klikklakboekje en de kinderen kunnen (soms hilarische) zinnetjes maken. Alle onderwerpen op de eerste plek, werkwoorden en voorzetsels op de tweede plek en het lijdend voorwerp op de derde plek. Ik heb nog veel meer zinnetjes gemaakt. Mail me als je ze niet zelf wilt of kunt verzinnen. Dan stuur ik ze je toe. margaretha.moolenijzer@gmail.com.

Download het document met zinnetjes.

Tip van: Margreet Moolenijzer, bs Samenspel Amsterdam Zuidoost

 

Een doos vol verhalen

In de groep heb ik een doos gemaakt met effen, gekleurde papieren met 23 gaatjes, mooie gelpennen, allerlei tijschriften, foto's, overgebleven stickers etc. Ook mogen de leerlingen een plaatje of foto van thuis meebrengen. De kinderen mogen een afbeelding kiezen d.m.v. het planbord. De bedoeling is dat ze een plaatje op plakken en daar een verhaal bij schrijven. Ik stel eisen aan het verhaal: De kinderen moeten het zelf terug kunnen lezen en het moet er goed verzorgd uitzien. Ik help ook met het 'rechtbreien' van kromme zinnen.

De verhalen worden bewaard in een multomap: hun eigen grote verhalenboek. Het zelf geschreven verhaal mag worden voorgedragen op de leeskruk. Ik heb deze activiteit aangeboden omdat de kinderen al goed lezen, maar nog weinig bezig zijn met stellen. Het is een activiteit voor ieder kind om op het eigen niveau te doen.

Tip van: Annet Vandenhecke OBS de Regenboog, Oudenbosch

 

Zinnetjes maken 2

Ik heb een serie moeilijkere zinnen gemaakt. Voor wie Zinnetjes maken 1 niet heeft gelezen: knip de woordjes los en plak ze op (oude) kaartjes van de klikklakboekjes. De kinderen kunnen nu allemaal verschillende, soms hilarische zinnen maken. Heel populair in mijn eerste leerjaar.

Download: zinnetjes maken 2



Tip van: Margreet Moolenijzer, bs Samenspel Amsterdam Zuidoost

 

Stickerverhaal

Van alle overgebleven stickers van de vorige kernen mogen de kinderen een zelfbedacht verhaal schrijven. Een blaadje uit een schrijfschrift is voldoende. De kinderen zoeken zelf de stickers uit die ze leuk vinden en maken daarbij een verhaal. Soms is de sticker het woord, soms schrijven ze het woord er ook bij. Zo gaan de overgebleven stickers weer een beetje op aan een zinnige taalactiviteit.

Tip van: Tieske Roggeveen, Jacobusschool, Hoogvliet

 

Bewegen met Veilig & vlot

Dit spelletje doe ik 1 a 2 keer per week, om het leuk te houden. De meeste kinderen vinden het voor-koor-door lezen ondertussen een beetje saai worden. Een heel simpel, maar leuk spelletje: Alle kinderen lopen met hun V&V-boekje door de klas, na +/- 30 seconden zeg ik "stop" en dan zoekt iedereen een maatje op om mee te lezen. Ze gaan tegenover elkaar staan en lezen dan het eerste rijtje om en om op. Kind 1 het eerste woord, kind 2 het tweede woord, kind 1 het derde woord etc. Als het rijtje helemaal gelezen is, gaan de kinderen weer door de klas lopen. Als iedereen het eerste rijtje heeft gelezen en weer een rondje heeft gelopen roep ik weer "stop" etc. Dat doen we totdat alle rijtjes aan bod zijn geweest. Erg leuk en heel goed voor de leerlingen die af en toe even hun energie kwijt moeten! ;)

 

Veilig & vlot oefenen

Bij de start van elke leesles lezen we een blad uit het V&V boekje. Elke leerling heeft een eigen boekje in zijn of haar laatje. Ze kunnen dus op ieder vrij moment oefenen. Later op de morgen laten de kinderen horen hoe goed ze die bladzijde al kunnen lezen. Bij elke kern heb ik een spaarkaart gemaakt.

De spaarkaart bestaat 7 rijen met 2 kolommen; 1 met een plaatje van het betreffende woord ,bijvoorbeeld schip, en een kolom waar boven staat:"ík heb het goed gedaan". Als het kind de bladzijde goed gelezen heeft, krijgt het in die kolom een sticker. Dit zijn de stickers die we ook gebruiken bij het ringboekje. Als de spaarkaart vol is, krijgt het kind een V&V diploma.
Op deze manier houd je de kinderen gemotiveerd voor het oefenen in het V&V boekje.

Tip van: Wilma Hoftijzer Ds. van Dijkschool, Dinxperlo

 

Woordenrace

Ik oefen altijd met de kinderen de woordrijtjes van de Leerkrachtassistent. Hier maken we een wedstrijdje van. Aan het begin van de ochtend laat ik de kinderen zes woorden lezen en neem de tijd op met een stopwatch. De tijd noteer ik op het bord. Dan gaan we zelfstandig werken en daarna mogen de kinderen zelf Veilig & vlot oefenen. Hierbij kunnen ze de woordjes even goed oefenen. Aan het einde van de ochtend ga ik dezelfde woorden nog eens op laten lezen op tijd. Negen van de tien keer verbeteren de kinderen zichzelf in snelheid. Geweldig om die blije gezichten te zien.

Tip van: Annet Versteegen, RKB Pacelli, Leiden